woensdag 23 februari 2011

EXPLOTEN

De gerechtsdeurwaarder (GDW's) is de schakel tussen de schuldeiser en de schuldenaar. Het is zijn taak om achterstallige schulden op te vorderen. Deze taak neemt het grootste deel van zijn werk en zijn inkomsten in beslag. Vooral met de toenemende schuldenberg die de zwakke consument door de stijgende energiekosten opbouwt, blijft hij druk in de weer. Sinds hij van de wet meer bevoegdheden heeft gekregen (hij mag ook incassokantoor spelen en acties zonder tussenkomst van de rechter uitvoeren), is het hek van de dam. Hij mag alle mogelijke scenario's aanwenden om de vordering in handen te krijgen, van intimidatie tot regelrechte schending van de privacy waarbij hij tegelijk als inbreker en heler optreedt. De GDW heeft dus enorm veel macht en kan deze ook misbruiken. Het slachtoffer staat er hulpeloos bij, kan/mag zich niet verweren. Het spreekt vanzelf dat vooral de grote spelers duchtig gebruik maken van GDW's. Zelfs als het om een belachelijk gering bedrag gaat, zullen ze toch alle middelen gebruiken om het op te eisen. De GDW fungeert daarbij als hun dommekracht, de man die de kastanjes uit het vuur moet halen, de man die blind is voor het leed dat hij mee veroorzaakt. Bevel is bevel, ik doe enkel mijn plicht, zou zijn lijfspreuk kunnen zijn. Vanzelfsprekend doet hij dat niet voor niets. Hij is, na de notaris, de rijkste magistraat. Het is een beroep met veel afwisseling.
 
We zijn van plan om daar eens een doekje over open te doen, vooral wat de misbruiken en flaters betreft. Intussen kunt u de voortreffelijke roman  EXPLOTEN  lezen, een semi-autobiografisch verhaal over onbekwame rechters, corrupte advocaten, machtsgeile procureurs en hebberige gerechtsdeurwaarders. Het is te koop bij Amazon Kindle als e-boek en uitgegeven door de vereniging De Gedupeerden. Een aanrader!

Als inleiding vindt u hier pro en contra opinies over de GDW:

Deurwaarders jagen zwakke consument steeds vaker op kosten


Een groeiende groep deurwaarders intimideert slechte betalers en rekent bij de inning van achterstallige facturen onnodig hoge kosten aan, zegt een verenigd front van schuldbemiddelaars, armoede- en consumentenorganisaties. De grootste dupe van die wanpraktijken is de zwakke consument. In deurwaarderskringen spreekt men van een 'georkestreerde campagne' tegen hen, maar zelfs bij hen is te horen dat 'een minderheid van deurwaarders fout bezig is'.
Omdat het probleem almaar grotere proporties aanneemt, trekken organisaties als het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling, Welzijnszorg en OIVO samen aan de alarmbel. Ook de politici Magda De Meyer (sp.a) en Tom Dehaene (CD&V) klagen de wanpraktijken aan.
Alles draait om de minnelijke invordering van achterstallige facturen van bedrijven als Electrabel, Belgacom of De Lijn of de onbetaalde rekeningen bij een ziekenhuis of een waterbedrijf. Vroeger was de minnelijke invordering - de procedure waarbij het gerecht nog niet tussenbeide komt - het bijna exclusieve actieterrein van incassobureaus als Intrum Justitia, maar door een gat in de wet worden die nu weggedrongen door een tiental grote deurwaarderskantoren.
De incassobureaus mogen van de zogenoemde incassowet geen invorderingskosten aanrekenen aan de consument. De deurwaarders vallen niet onder die wet en kunnen daardoor wel inningsrechten aanrekenen. Ze hebben bovendien vrij spel over welke bijkomende kosten ze factureren. De Economische Inspectie, die de incassobureaus controleert, heeft geen bevoegdheid over hen. Gevolg: de consument moet vaak tientallen euro's extra ophoesten wanneer een deurwaarder achter hem aanzit, zo zeggen schuldbemiddelingsorganisaties.
Bovendien maken de deurwaarders misbruik van hun statuut als ministerieel ambtenaar die verlengstuk is van het gerecht, zo beweert het gemeenschappelijk front. Er wordt bijvoorbeeld meteen met een dagvaarding gedreigd. "Het gaat om pure intimidatie. Ik ken een deurwaarder die bij een minnelijke invordering 'Pro Justitia' op de enveloppe zet. Ongehoord", zegt Magda De Meyer. Zij pleit voor strengere controles en hoopt dat de kwestie in het volgende regeerakkoord wordt geregeld.
Een tiental grote deurwaarderskantoren hebben van de minnelijke invordering een grootschalige commerciële activiteit gemaakt, tot ergernis van de incassobureaus, die met lede ogen zien hoe deurwaarders topklanten als grote energie- of telecombedrijven afsnoepen. De spanning tussen de bewuste groep deurwaarders en de grote incassobureaus loopt hoog op. De inning van achterstallige facturen van bedrijven als pakweg Telenet of Mobistar is immers 'big business', waar tientallen miljoenen euro's in rondgaan.
In deurwaarderskringen wordt bevestigd dat er "een aantal rotte appels" zijn, die echter beperkt blijven tot een kleine minderheid. "De incassobureaus zijn met hun corporatistische motieven erin geslaagd om de politiek voor hun kar te laten spannen", klinkt het.
"Deurwaarders hebben van oudsher aan minnelijke vordering gedaan. Als de incassobureaus echt goedkoper zijn voor de eindconsument, waarom was er dan een wet nodig om hen te reglementeren? En intimidatie? Het is maar hoe je het bekijkt. Wij worden tenminste serieus genomen. Kijk maar eens op de schouw van een huiskamer. De brieven van de deurwaarders liggen apart."
De kernvraag is hoe ver een deurwaarder mag gaan in een commerciële activiteit. Een officieel standpunt van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders viel er gisteren niet te rapen. Volgens een hooggeplaatste ingewijde zijn de deurwaarders onderling verdeeld. De Kamer debatteerde gisteren urenlang over de kwestie, maar wil pas vandaag reageren op de kritiek van de welzijnsorganisaties. (de Morgen 20.4.07)

Hoe onwillige huurders laten betalen?

U heeft een aantal opbrengsteigendommen en helaas ook enkele huurders die te laat of zelfs helemaal niet betalen. We bekijken even wat u dan zoal kunt doen om deze huurders alsnog op andere gedachten te brengen zonder daarvoor weer onmiddellijk naar de vrederechter te moeten stappen.
Beslag leggen op de bankrekening. Dit is een vrij drastische, maar tegelijkertijd ook wel een zeer efficiënte methode om een niet-betalende huurder een beetje onder druk te zetten. Vereist hiervoor is uiteraard wel dat het gaat om een huurder van wie u weet - door zijn levensstijl bv. - dat die niet lijdt aan een chronisch geldgebrek of m.a.w., dat u ervan uit kunt gaan dat er ook effectief geld op de betrokken bankrekening staat, anders is het een maat voor niets, dat spreekt voor zich zelf.
De efficiëntie bestaat o.m. hierin dat u hiervoor in de praktijk rechtstreeks kunt aankloppen bij een gerechtsdeurwaarder, zonder dus eerst langs een advocaat en/of het vredegerecht te moeten passeren. U vraagt de deurwaarder dan om zgn. bewarend beslag te leggen op de bankrekening van de huurder - u geeft hem m.a.w. de bankrekening door van waaruit hij in het verleden steeds de huur betaalde - en het onmiddellijke gevolg daarvan is dat al het geld dat op dat moment op die rekening staat, wordt bevroren. U zal uw achterstallige huur dus m.a.w. nog altijd niet direct in handen krijgen, maar… uw huurder zal nu allicht wel sneller geneigd zijn om u te betalen om zo zijn rekening te deblokkeren.
Betaalt de huurder toch nog niet, dan zal u op dat moment alsnog naar de vrederechter moeten stappen, maar intussen blijft de rekening van de huurder wel geblokkeerd. Krijgt u gelijk van de rechter, dan krijgt u onmiddellijk uw achterstallige huurgeld, dat van deze rekening wordt genomen zodra u het vonnis heeft.
Beslag leggen op de inboedel. In plaats van op zijn bankrekening kunt u bewarend beslag leggen op de inboedel van de huurder. Ook in dit geval doet u daarvoor een beroep op een gerechtsdeurwaarder, die in dit geval de huurder nog een laatste maal zal aanmanen, hij zal dan een zgn. bevel tot betaling van het achterstallige huurgeld betekenen. Volgt er geen betaling binnen de 24 uur, dan kan de deurwaarder de woning van de huurder betreden - eventueel met de hulp van een slotenmaker - en diens hele inboedel ‘opschrijven’. Al wat zo wordt ‘opgeschreven’, ligt onder beslag en mag dan door de huurder niet meer worden verkocht.
Ook nu heeft u uiteraard uw achterstallige huurgeld nog niet, maar voor velen is een dergelijk bezoek van de deurwaarder dikwijls al genoeg om toch maar snel tot betaling over te gaan. Psychologisch incasso dus…
Als het toch niet anders kan... Ziet u echt geen andere manier om aan uw achterstallige huur te komen dan naar de vrederechter te stappen, dan weet u dat u de huurder in principe eerst ‘in verzoening’ moet oproepen. Pas als de huurder niet opdaagt op de verzoening of u geen akkoord bereikt, kunt u pas echt procederen. Dit is op zich dikwijls ook tijdverlies, maar gelukkig kunt u daar wel een mouw aan passen.
Als u nl. in de oproeping van verzoening vermeldt of laat vermelden ‘dat de discussie gaat over huurachterstallen en dat u de beëindiging van de huur wenst als er geen verzoening komt’, dan kunt u, als er dan toch een proces van komt, onmiddellijk de uitzetting van de huurder vorderen. Als u dat niet opneemt in uw ‘oproep tot verzoening’ en er komt een proces van, dan zal u eerst terug een verzoening moeten organiseren voor u de huurder kunt uitzetten.
Als u oproept in verzoening, vraag dan ook aan de griffie of u tegelijkertijd kunt oproepen in verzoening en dagvaarden. Sommige vrederechters laten dit toe. Is er geen verzoening, dan mag u in dat geval onmiddellijk overgaan tot dagvaarden en verliest u geen tijd door een nieuwe datum te moeten vastleggen om te dagvaarden.
Onwillige huurders brengt u zeer efficiënt tot inkeer door een deurwaarder beslag te laten leggen op de bankrekening van uw huurder. De huurder kan deze bankrekening dan immers niet meer gebruiken, tenzij u hiermee instemt, bv. na eerst zijn achterstallige huur te hebben betaald. Meestal heeft een dergelijk optreden dan ook resultaat. Ook kunt u 24 uur na een laatste aanmaning door de deurwaarder deze laatste bij de huurder al zijn goederen laten ‘opschrijven’. Ook dit heeft soms het nodige psychologische effect zodat de huurder tot betaling zal overgaan. (De Ondernemingsdatabank)

EXPLOTEN is een semi-autobiografisch verhaal over onbekwame rechters, corrupte advocaten, machtsgeile procureurs en hebberige deurwaarders. Het is te koop bij Amazon als e-boek en uitgegeven door de vereniging De Gedupeerden. Een aanrader! Het luttele bedrag wordt besteed om het forum te onderhouden.

Je kunt deze bijdrage ook downloaden en afdrukken op ons forum

Geef je mening op het forum van de Hartenvreter. 

dinsdag 22 februari 2011

BELGIE, RIJK LAND.

Elk jaar verhoogt de spaarpot van onze nijvere bevolking. Elk jaar genieten we van een automatische indexaanpassing. Elk jaar krijgen we weer nieuwe subsidies, belastingaftrekkeen en compensaties cadeau. En intussen blijft onze staatsschuld verhogen. Die is opgeklommen tot 28.000 euro per inwoner. Anders gezegd: als we de staatsschuld willen saneren moeten elk van ons dit bedrag ophoesten en dan blijft er bitter weinig over van ons bezit. Maar daar malen we niet om, we snappen er toch al niet veel van, van economie. Da’s iets voor boekenwormen.

Dankzij de De Morgen, onze centrumlinksgeoriënteerde kwaliteitskrant, kunnen we in de financiële katern lezen hoe het met de barometer van onze economie zit (krant van zaterdag ll.). Omdat het een krant is, wordt er niet dieper op ingegaan, en dus is het onze plicht, als kritische blogger, om ons over de commentaren te buigen. Er vallen ons meteen tegenstrijdigheden op en daar springen we natuurlijk op.

Eerste tegenstrijdigheid.

België’s rijkdom is met 2 % gestegen. Wij profiteerden van de forse Duitse groei en konden aldus de export naar dit land optrekken.
Maar de concurrentiekracht boert al jaren achteruit. Belgische bedrijven zijn te sterk gespecialiseerd en de concurrentie uit de groeilanden produceren goedkoper. Gebrek aan innovatiekracht is de achillespees van ons bedrijfsleven. Die 2% betekent eigenlijk niets als je de exportcijfers van andere landen leest. Zo is de Belgische exportomzet iets meer dan verdubbeld (hoera!), maar die van de Duitsers verdrievoudigde, een kloof van 60procent in het voordeel van Duitsland. De Nederlandse export verdrievoudigde net niet, de Franse nam toe met ongeveer 150 procent, wat onze noorderburen 40 procent deed uitlopen en Frankrijk 20 procent voorsprong bezorgde op België.
Als gevolg daarvan verloor België de afgelopen achttien jaar 23 procent marktaandeel. De kans is groot dat Rusland ons dit jaar zal voorbijsnellen. De Russische exportcijfers stegen vorig jaar met 33 procent, veel meer dan de 10 procent stijging voor de Belgische. Nog een kanttekening: met 3 procent aandeel in de wereldhandel scoort België slechter dan vijf jaar geleden. In 2003 behaalde de Belgische export een wereldaandeel van 3,4 procent. We hebben dus exportmarkt moeten afgeven aan andere landen.
Hoe zit het met ons BBP, het  bruto binnenlands product? Het BBP is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een jaar en per inwoner. Daar zit ook de export in. In de rangschikking van Europese regio’s  staan we op de 33ste plaats van 131 Europese regio’s. Als we Benelux eruit halen zien we het volgende.

Waals gewest
20.671

Vlaanderen
28.942

Noord-Nederland
31.299

Zuid-Nederland
32.274

West-Nederland
35.705

Brussels Gewest
55.000

G.H. Luxemburg
68.550


Dat het Waalse gewest armer is dan het Vlaamse, verrast ons niet, en dat het Groot-Hertogdom Luxemburg het rijkst is, ook niet, want daar zit heel wat buitenlands spaargeld geregistreerd.     
Maar ons zo geprezen rijk Belgie krijgt hier wel een ferme deuk, als we ons vergelijken met onze andere BNL-partner, Nederland. Hadden we Brussel niet, dan was ons totaal BBP lager dan Nederland.
Niet bepaald een fraai beeld over onze dynamiek en weerstandsvermogen. Zullen we onze plaats kunnen houden als ook de nieuwe regio's hun opwachting maken, want dat zal niet lang meer duren... Vlaanderen in Actie, een nieuwe denktank van de Vlaamse overheid en het bedrijfsleven, zal het wel heel moeilijk krijgen als ze tegen 2020 hun streefdoelen willen bereiken.

Tweede tegenstrijdigheid.

De werkloosheidscurve daalt. Er werden verleden jaar 25.000 banen meer gecreëerd. In het eurogebied klom de werkloosheid naar 10%, terwijl die in België op 8,5% bleef.
Tegelijk gingen weer eens een hoop mensen met brugpensioen, terwijl de babyboom na de tweede wereldoorlog nu ook op wettelijk pensioen gaat. Ook het voortijdig pensioen wordt nog altijd aangemoedigd (waardoor langdurig werklozen over de zestig niet meer hoeven te stempelen).
Deze mensen worden uit de statistieken geschrapt.
We hebben dus officieel een lagere werkloosheidsgraad dan het Europese gemiddelde. Maar wat betekent dat? Laten we eens de werkloosheidsstatistieken in Europese Unie bekijken op de manier van de gemiddelden:
Oostenrijk, Nederland, Luxemburg, Malta, Duitsland, Slovenië en Cyprus hebben met minder werkloosheid te kampen dan België. Finland, Italië, Frankrijk, Portugal, Griekenland, Ierland, Slowakije, Spanje hebben een hogere werkloosheid dan België.
Moeten we daarover trots zijn? We zitten geprangd tussen Cyprus en Finland, niet meteen de landen die het verschil uitmaken. Nederland heeft een werkloosheidsgraad van 4,3, dus de helft van de onze. Nee, het gaat niet zo goed met onze werklozen, zelfs niet met degenen die uit de statistieken zijn geschrapt. De Nationale Bank: "Het zal nog jaren duren voor de economische activiteit weer het niveau van voor de recessie heeft bereikt", De recessie deed 67.000 banen verdwijnen tussen eind 2008 en eind 2009. Er zijn 60.000 werklozen bijgekomen. Voor het eerst sinds 1982, het eerste jaar waarvoor cijfers per geslacht beschikbaar zijn, zijn meer mannen dan vrouwen werkloos. 

België hinkt met zijn 59,6% vijf procentpunten achter op het gemiddelde voor de Europese Unie en blijft ruim tien procentpunten verwijderd van de Lissabon-norm: 70% werkgelegenheid in 2010.Van de oudere werknemers (55-64 jaar) is in België slechts 28,1% aan de slag, een Europees dieptepunt. De Stockholm-norm schrijft voor dat we in 2010 50% moeten halen. Zweden is de kampioen met 68,6%. Zweden gaan gemiddeld vijf jaar later op pensioen dan Belgen.
Wat de jongeren betreft is de toestand zelfs dramatisch te noemen. België zit in de wereld top 10 e heeft driemaal meer werkloze jongeren dan Nederland, M/V.  Dit land kweekt een generatie langdurige en permanente werklozengroep aan die de actieve bevolking, naast de groeiende groep gepensioneerden en langer studerende jeugd, ook moet ondersteunen.

Derde tegenstrijdigheid

Het begrotingstekort (dus de mate dat het staatsbudget van inkomsten en uitgaven wordt overschreden) zit lager dan het algemeen Europese gemiddelde.
De staatschuld blijft stijgen. De overheidssteun aan de banksector, de eurocrisis en de politieke onzekerheid over de Belgische toekomst, zijn allemaal factoren die de rente doet oplopen. Internationale beleggers zijn niet meer zo happig om hun geld in de Belgische economie te stoppen. 

Hieronder een staaltje van begrotingstekorten binnen Europa:
Gemiddelde – 6,3
Ierland -14,3
Griekenland -13,6
Verenigd Koninkrijk -11,5
Spanje -11,2
Portugal -9,4
Letland -9
Litouwen -8,9
Roemenie -8,3
Frankrijk -7,5
Polen -7,1
Slowakije -6,8
Cyprus -6,1
België -6
Tsjechië -5,9
Slovenië -5,5
Italië -5,3
Nederland -5,3
Hongarije -4
Bulgarije -3,9
Malta -3,8
Oostenrijk -3,4
Duitsland -3,3
Denemarken -2,7
Finland -2,2
Estland -1,7
Luxemburg -0,7
Zweden -0,5

Het maakt niet erg veel indruk dat ons begrotingstekort lager is dan dat van Cyprus, Slowakije, Polen, Roemenie, Litouwen, enz.
Bovendien is het land met de grootste staatsschuld ter wereld de Verenigde Staten van Amerika. Dat belet ze niet om als wereldmacht te fungeren en de economie naar hun hand te zetten. Misschien moeten we dat gedoe met staatschuld niet te ernstig nemen.

Vierde tegenstrijdigheid

De Belgen hebben hun vermogen zien aandikken tot 1.800 miljard euro.
Onder vermogen wordt verstaan alles wat we als activa  beschouwen, met het eigendom als voornaamste katalysator. Het vastgoedpatrimonium blijft stijgen. De Belg heeft meer dan ooit een baksteen in zijn maag.
Er blijft meer vraag dan aanbod in deze sector, waardoor de prijzen blijven stijgen. Sinds vorig jaar is de waarde van de huizen en apparementen met 5,6 % gestegen. Hoera, wat een mooie belegging. Maar er is een keerzijde.
Tegelijk stijgen ook de schuldenlasten. Gelijke tred daarmee houdend zijn ook de zwaardere hypothecaire kredieten waardoor de schulden van de gezinnen tot 192 miljard euro stijgen. Je krijgt je eigendom niet voor niets. Vanzelfsprekend is het de middennoot die deze lasten moet dragen.
Een tweede gevolg is dat de inflatie tot 3,4 % is opgelopen, bijna het dubbele van de prijsstijgingen in de buurlanden.
Voeding en energie zijn de hoofdschuldigen. De automatische indexering verhogen de loonkosten waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Minder opbrengst uit bedrijfsbelastingen, meer jobverlies. Nu maken we ons daar niet zo druk over, omdat we die fameuze, unieke indexpolitiek hebben. Maar die indexatie leidt tot hogere inflatie. Als we blijven lenen, omdat we meer voor onze eigendom moeten betalen, schiet de waarde van die eigendom omhoog zonder dat die kwalitatief beter is. Het is ballonlucht.
De schuldenlast van de huishoudens, die 192 miljard euro, vertegenwoordigt 54,4 % van het BBP (het bruto binnenlands product of de geldpot die in België circuleert). Dit is een historisch record. Nooit eerder torsten de Belgen zoveel schulden op hun schouders.
Het gemiddelde van de andere landen (65%) is nog niet bereikt, maar onze koopkracht is wel gevoelig lager geworden. We betalen meer of we kunnen minder besteden.

De koopkracht.

Hoe zit het trouwens met die koopkracht in Europa? Even een tabelletje met een aantal landen erbij die niet of nog niet tot de Unie behoren.

79,600
54,900
45,100
41,900
40,100
40,000
38,600
38,300
37,300
37,200
36,200
35,500
35,200
34,200
33,100
32,800
31,200
30,000
30,000
26,700
23,700
21,900

We zitten in een comfortabele middengroep, maar toch niet zoveel hoger dan de probleemlanden Spanje en Griekenland. Nederland, dat we traditioneel altijd voor lagen, blijkt het nu beter te doen dan wij.
Als we de mediaan bekijken (de grootste groep met ongeveer dezelfde cijfers) krijgen we dit beeld:
De mediaan is 36.000. We halen de 10 meeste representatieve Europese landen eruit. Als we een marge van 10 % hoger en lager dan dit bedrag nemen ziet de lijst er als volgt uit:




+ / -
t.o.v. Nederland
38.600
2600

38.300
2300
-300
37.300
1300
-1.300
37.200
1200
-1.400
36.200
200
-2.400
35.500
-500
-3.100
35.200
-800
-3.400
34.200
-1800
-4.400
33.100
-2900
-5.500
32.800
-3200
-5.800

Waar komt dat schitterende resultaat van Nederland vandaan? Heeft het met het poldermodel te maken? Het overheidstekort is niet zoveel lager dan van België. 43 % van de Nederlanders wonen in gesubsidieerde woningen (te vergelijken met onze sociale huisvesting). En ze werken bovendien graag deeltijds.
Als het gaat om deeltijds werken, zijn onze noorderburen  zelfs absolute koploper in Europese Unie. In 2008 werkte bijna de helft van de Nederlanders van 15 tot 64 jaar deeltijds. Van de Nederlandse vrouwen werkt niet minder dan driekwart parttime, blijkt uit cijfers van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarmee steken de Nederlanders met kop en schouders uit boven de andere Europeanen. Zweden bekleedt met 26 procent parttimers de tweede plaats.
De modale Nederlander heeft minder eigen vermogen dan de modale Belg, maar dat komt doordat ze dus veel minder eigendommen hebben (en die door een stringent huisvestings- en milieubeleid ook duurder zijn). Als je goedkoop kunt huren en daarbij over een net huis beschikt, weegt dit wellicht niet zo zwaar door. Je kunt dan deeltijds gaan werken en wat meer profiteren van het leven.
Het contrast met de werkende Belgen is opvallend. Wij houden niet van flexibiliteit, van mobiel werken, van sociaal wonen. Wij willen een eigendom, wij willen voltijds vast werk. Wij zijn daarvoor bereid hard te werken, veel te produceren. En schuldgevoelens op te bouwen... Hard werken betekent minder prime time voor je gezin en groeiende afstand met de kinderen. En waarvoor?
Qua koopkracht staan we achter op Nederland, een land dat het kennelijk niet zo nauw steekt met onze geroemde werklustige eigenschappen. Onze zware hypotheken en andere woonkredieten eisen blijkbaar hun tol. 

Nederland geeft 7 x meer aan internationale voedselhulp dan België. Hebben wij het geld niet om wat meer te schenken? Of zijn we zo materialistisch geworden dat onze eigen belangen voorgaan? 

Vijfde tegenstrijdigheid

Een recordwinst van 7,8 miljard euro voor BNP Paribas met dank aan Fortis Bank dat voor een appel en een ei in Franse handen kwam. Opnieuw winst bij KBC (1,8 miljard) en het Nederlandse ING (3,2 miljard).
Het gaat goed met de economie. De tussenkomst van de belastingbetaler levert resultaten op, en dit zowel qua verkoop van kredieten als van incasseren van spaargelden. In beide gevallen strijken de banken de winst op.
Ze mochten ons, landgenoten, toch wel eens bedanken omdat de schatkist, dus wij, elk 1.200 euro hebben bijgedragen om hun toekomst te verzekeren. En tegelijk hebben we ze ook nog wat meer van ons spaargeld geschonken waarmee ze weer kunnen gaan speculeren.
Hoe zit het trouwens met de bekende Belgische spaarobsessie? Eerst en vooral: we praten hier niet over ons vermogen, maar over ons spaargeld (dat naast het klassieke spaarboekje, ook voorhuwelijkssparen, pensioensparen en het langetermijnsparen, zoals beleggingsfondsen en kasbons omvat).
Het klassieke spaarboekje zelf blijft het populairst. Er zijn er zo’n 17 miljoen en daarop staat totaal iets meer dan 150 miljard euro. Gemiddeld wordt aan een boekje dus ruim 8.800 euro toevertrouwd. Een modaal gezin (bestaande uit een 43-jarige man, zijn vrouw en 2.4 kinderen) beschikt over ruim vier boekjes waarop in totaal dik 35.000 euro prijkt. Een deel daarvan staat uiteraard op boekjes van kinderen, maar zelfs na aftrek daarvan blijft toch zeker 25.000 euro over aan onmiddellijk beschikbaar geld.
Er zijn circa 4.576.000 private huishoudens (één of meer personen die onder één dak samenleven) in België. Omgerekend in geld heeft elk huishouden een vermogen van circa 330.000 euro. 
Wat betekent dit: het vermogen? Een snelle opzoeking op het internet levert deze fraaie omschrijving op:
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit banktegoeden, effecten, onroerend goed en ondernemingsvermogen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op de marktwaarde. 
Toelichting: Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegeteld door gebrek aan gegevens. Zo is met aanspraken op een toekomstige pensioen- of levensverzekeringsuitkering (waaronder lijfrente) geen rekening gehouden. Evenmin is het tegoed dat is opgebouwd bij spaar- en levenhypotheken tot de bezittingen gerekend. Ontbrekende vormen van bezit zijn verder contant geld, duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek.
Het is dus niet gemakkelijk om het vermogen per individu te berekenen. Daarom kunnen we enkel het totaalbeeld als maatstaf hanteren en moet elkeen op zijn eigen situatie afgaan. Maar zelfs dan is het moeilijk. Als je bijvoorbeeld een nieuwe hypotheek afsluit, heb je een aantal jaren een negatief vermogen (hopelijk verhoogt de marktwaarde de verkoopprijs van je eigendom). De reden daarvoor is dat de som van de af te betalen schuld + intrest hoger ligt dan de marktwaarde van ons huis. Onze statistieken gaan over gemiddelden, niet over medianen.
Die gemiddelden omspannen zowel leefloners en miljardairs en daartussen zit van alles in. Als kranten blokletteren dat de Belg een eigen vermogen van gemiddeld 330.000 euro rijk is, geldt dat natuurlijk niet voor het modale gezin, en vooral niet voor de leefloners. En vaak wordt gedacht dat wat niet uitgegeven wordt, gespaard wordt. Maar de spaarcapaciteit kan door heel wat factoren beïnvloed worden. Zware uitgaven voor renovatie en de aflossing van (hypothecaire) schulden zijn ook een vorm van sparen omdat ze de waarde van het eigendom rechtstreeks bepalen. Maar de man in de straat houdt daar geen rekening mee wanneer hij zijn spaarcapaciteit inschat. Eigenlijk weten we er het fijne niet van. Dat is een goed bewaard bankgeheim en niemand laat graag in zijn papieren kijken. Bovendien hebben Belgen altijd gezorgd voor een zwart spaarpotje. Maar vier miljoen landgenoten of 1 op 3 gezinnen kunnen niet sparen. Dat is niet bepaald het imago dat we van het rijke België hebben.
Het is onbegonnen werk om de impact van de schulden op de bezittingen te becijferen. Er bestaat in België geen vermogenskadaster. Daardoor weten we ook niet hoeveel van onze inkomsten opgaan naar onze kredieten.

Wat wordt er trouwens met dat spaargeld gedaan? Met andere woorden: wat doen de spaarbanken en beleggingsmaatschappijen met ons spaarvarken? Als we het vermogen corrigeren, dus na aftrek van de niet-monetaire, sociale en milieu-investeringen, ook anders gezegd: of ons spaargeld goed besteed wordt om onze toekomst veilig te stellen, en dus ook ons spaarvarkentje zelf, komen we er niet zo schitterend uit. België staat op de 10e plaats in de top 20. Weliswaar voor Frankrijk en Nederland, maar na de Scandinavische landen en Oostenrijk. Toeval of niet: we staan ook op de 10e plaats op de lijst van de inkomsten van de armste 10% van onze bevolking.

Paradox

Vier op de 10 Belgen zeggen dat ze geen 100 euro per maand kunnen sparen. Erger nog. Liefst 62 procent van de 2.012 ondervraagde personen zegt dat zijn spaarvermogen erop is achteruitgegaan... En dat is niet alles. Uit de resultaten van de enquête blijkt dat de Belgen een financiële reserve van gemiddeld 5 maanden hebben om het hoofd te bieden aan onverwachte gebeurtenissen, zoals verlies van inkomsten of een overlijden. En dat terwijl de financiële reserve (onder de vorm van liquiditeiten) minstens 6 maanden zou moeten bedragen. Ongeveer 1 Belg op de 5 beschikt zelfs over minder dan een maandloon om te overleven.
In augustus 2010 bedroeg het gemiddelde pensioen dat de staat aan gepensioneerde werknemers uitkeerde 924,29 euro bruto per maand. Zelfstandigen kregen gemiddeld 742,46 euro bruto. Dat is zelfs onder de Europese armoedegrens, die op 899 euro per maand is vastgesteld.
In Nederland bedraagt het gemiddeld pensioen 1.400 euro.
Maar liefst 3,6 miljoen Belgen hebben geen werk. Ze  leven van een pensioen (2,3 miljoen) of van een RVA-uitkering (1,3 miljoen). Een opsplitsing van de werkloosheidscijfers per gewest leert dat Vlaanderen het amper beter doet dan Wallonië, en op bepaalde vlakken doet Vlaanderen het zelfs ronduit slechter.
Zo is 11,6 procent van de totale Vlaamse bevolking (of 700.000 Vlamingen) uitkeringsgerechtigd werkloos, tegenover 12 procent in Wallonië. Op het vlak van bruggepensioneerden en tijdskrediet doet Wallonië het zelfs beduidend beter dan Vlaanderen.

Ons loon

Het gemiddelde netto-inkomen van de Belg ligt rond de 1.487 euro, zo bleek uit een enquête van de KU Leuven en de christelijke vakbond. Amper genoeg om 100 euro per maand opzij te leggen en te weinig om voor een eigendom te lenen. Anderen houden het op 1.700 euro. Volgens SDWorx bedroeg het vaste brutomaandloon van de Belgische bediende begin 2011 2.919 euro (mediaancijfer). Daarbovenop krijgen 4 op de 10 bedienden een variabel loon bestaande uit bonussen en commissies. Gemiddeld bedraagt dit 5.137 euro per jaar. Een moeilijke materie, lijkt me. Maar rekening houdend met de hoge belastingsdruk lijkt het me dan ook niet meer te zijn. Factoren die een belangrijke invloed hebben op het loon, zijn de functie, de scholingsgraad en de sector waar men werkt. Dat blijkt uit cijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economisch Informatie van de federale overheidsdienst Economie.

Tien procent van alle werknemers verdienen maximaal 1.701 euro bruto per maand. Het tien percent werknemers met het hoogste loon, verdienen minstens 4.109 euro bruto.

Wie veel wil verdienen, ambieert best een baan als bedrijfsleider, de best betaalde functie. Bedrijfsleiders verdienen gemiddeld 6.774 euro per maand, 147 percent meer dan het nationaal gemiddelde. Ook kaderleden en mensen met een intellectueel beroep, de zogenaamde professionelen, zoals artsen, advocaten, accountants, gerechtsdeurwaarders, ontvangen een relatief hoog salaris. 


De slechtste verdieners zijn gezinshelpers en schoonmakers. Hun gemiddelde loon bedraagt 1.823 euro bruto. Ook loontrekkenden in de horeca en handlangers in de verwerkende nijverheid ontvangen een laag salaris.

 
Spaargeld.

Deze cijfers kunnen dus niet goed verklaren waar dat vermogen vandaan komt. Volgens de laatste cijfers beschikken de Belgen over een pot van 650 miljard spaargeld. Er is hier duidelijk dus een paradox.
Hoe komt dit? Van waar komt dit? Toch niet van de gepensioneerden, dacht ik. Bijna een kwart zit aan een leefloon. Ook niet van de werklozen en iedereen met vervangingsinkomens. Ook niet van de studerende jeugd, de huisvrouwen, de deeltijdse werkers en de slecht verdienende werknemers en zelfstandigen.
De reden is omdat door de bankcrisis de rijken onder ons massaal overgestapt zijn naar veilige beleggingen. Dit ging gepaard met een enorme aangroei van spaargeld. Dit is niet te wijten aan teveel geld in de modale Belgische pollen maar omdat de geprivilegieerden, deze dus met het grootste spaarquotum, de voorbije twaalf maanden massaal hun risicobeleggingen verkocht hebben. We kunnen dus niet zeggen dat er nieuwe spaarcenten zijn aangetrokken. Het kapitaal heeft enkel een andere mantel aangetrokken. Een steeds groter gedeelte van het vermogen is in handen van een klein deel van de bevolking dat eerder welstellend is en niet echt onder de crisis heeft geleden. 
Wie zijn die geprivilegieerden trouwens?
Degenen die aansprakelijk zijn voor onze enorme spaarberg zijn de institutionele beleggers en speculanten, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en nog andere fondsen, die er voortdurend op uit zijn om hun vermogen zo veilig mogelijk te stellen en dus ten tijde van de bankcrisis ook wisten waar Abraham de mosterd haalt. Als je je afvraagt waarom er de laatste tijd zoveel geleend wordt en het aantal hypotheken naar een recordvraag stijgt, dan komt dat omdat al die geldleveranciers zoveel spaargeld hebben bijeengekregen dat ze niet goed weten wat ze ermee moeten aanvangen. En dat spaargeld is dan nog belastingvrij.

België is een fiscaal paradijs voor banken en speculanten.

Arm en rijk.

Eén op de tien gezinnen in ons land heeft een vermogen van gemiddeld 700.000 euro. Het wordt stilaan tijd om eens over de invoering van een vermogensbelasting te spreken, zoals die al jaren in Nederland wordt toegepast. Enige solidariteit door de geprivilegieerden met het land waarin ze leven en ze zoveel gunt, is toch niet misplaatst, dacht ik. Maar ja, die hebzucht…


De armen worden armer en de rijken worden rijker. Dat is wellicht geen misplaatst adagium.
Goed, ik kom misschien wat zwartgallig over, maar als je leest dat de Belgen vier maal meer spaargeld opzijleggen dan de Nederlanders, is mijn eerste reactie: hoe komt het dan dat onze koopkracht dan lager is en dat anderzijds ons vermogen zo hoog ligt?
Wellicht door de grote discrepantie tussen arm en rijk, maar ook omdat de massale toestroming van vrouwen in het werkproces de welvaart verhoogt. Tijdens de afgelopen decennia groeide het aandeel werkende vrouwen dan ook aanzienlijk. In 1983 was 36,8% van de vrouwen aan het werk, in 2009 was dat al 60,5%. In Nederland werken meer vrouwen dan in andere Europese landen. Maar zij werken vooral in deeltijd: driekwart van de werkende vrouwen heeft een parttime baan. Voor België is dat 22%. Onze economie is op twee voltijdse verdieners afgestemd, en die kunnen wat dieper in de portemonnee duiken. Dat weet de fiscus en dat weten ook de consumptieleveranciers.
België is een duur land om in te leven. De hoge Belgische belastingen breken de Belgische werknemers zuur op. In vergelijking met Nederland ligt de koopkracht van de Belgische werknemer een kwart lager. Dat blijkt uit een onderzoek van de Federatie van Europese Werkgevers (FedEE). Het besteedbaar inkomen in Nederland bedraagt ongeveer 2.400 euro per maand. In België is dat maar 1.700 euro. Als rekening gehouden wordt met de lokale prijzen en belastingen van het loon worden afgetrokken blijkt dat Luxemburgers (met ongeveer 2.700 euro) op het einde van de maand het meest overhouden, voor de Denen (met 2.600 euro) en de Nederlanders. België staat in de EU-vergelijking van FedEE op een beschamende dertiende plaats. De verschillen hebben volgens de werkgeversorganisatie in de eerste plaats te maken met de hoge belastingen in ons land.

De hypotheeklast.

Maar ik vermoed dat er meer bij komt kijken. Buigen we ons eens over onze fameuze baksteen. In Vlaanderen is het eigendom zo’n 171.000 euro gemiddeld waard. Dat is gering. Goed verdienende tweeverdieners hebben hogere ambities en draaien hun hand en portemonnee niet om om op een drieslaapkamersnestje van 250.000 euro incl. te mikken, een bedrag dat stilaan modaal begint te worden.
Het gemiddeld bedrag dat de Belg aan zijn hypotheek uitgeeft is 129.000 euro. Dit komt neer op zo’n 670 euro per maand (hypotheek op 30 jaar met vast bedrag). Het is duidelijk dat het verschil met Nederland in de eerste plaats met de woonkosten te maken heeft. We geven dus meer uit aan ons huis dan aan de kwaliteit van ons leven.
Dit geldt trouwens niet alleen voor de autochtonen. Ook de allochtonen die meestendeels in de zogenaamde achtergestelde buurten leven, kopen de huizen op, zelfs als het om krotwoningen gaat, waardoor de prijzen stijgen en de buurt duurder wordt. De huishuren blijven angstwekkend stijgen en bereiken stilaan het peil van een goedkope hypotheek.
Dit is slecht nieuws voor de minderbedeelden die niet aan een eigendom geraken. Het aantal gezinnen dat met leningschulden en te hoge energiekosten te kampen heeft, blijft zienderogen stijgen. Twee laagverdieners kunnen amper de eindjes aan elkaar knopen.
Concreet zouden we kunnen zeggen dat wie minder verdient dan 1.700 euro na belastingen  (zo’n beetje de maatstaf die banken hanteren als het om hypotheken gaat), als arm beschouwd moet worden, zelfs als je daarmee zuinig omspringt .
Nu ja, voor een hypotheek van  129.000 euro krijg je niet zo erg veel meer tegenwoordig. Naargelang de plek waar je wilt wonen, mag je toch wel rekenen dat een éénslaapkamerflat of grotere studio de norm is voor dit bedrag. Wil je drie slaapkamers dan zit je toch meteen aan 175.000 en meer euro’s voor een tweedehands huis of flat. En daar moeten dan nog de schrijfkosten bij.
Met de nieuwbouw kan het nog meer oplopen, want je weet hoe dat gaat: de allernieuwste keuken moet erin, de milieuvriendelijke verwarmingsinstallatie is standaard, en op de isolatie en de zonnepanelen mag ook niet gespaard worden.Vergeten we ook de BTW niet!
Door de strengere milieunormen zullen de woningen in de nabije toekomst 20 percent duurder worden.
Ikea heeft er iets op gevonden. Het Zweedse bedrijf dat zich op binnenhuisinrichting had toegelegd, lanceert zich nu ook in de vastgoedbranche en biedt huizen aan vanaf 130.000 euro. Ze hebben het vooral op jonge gezinnen gemunt of mensen die net aan hun carrière zijn gestart: mensen die op zoek zijn naar een eerste woonst en daar met budgetbeperkingen te kampen hebben. Je komt enkel in aanmerking als je nog geen eigendom hebt en als je jaarlijks inkomen tussen de 20.000 en 45.000 euro ligt. Eens je daaraan voldoet, kom je in een poule terecht waaruit de gelukkigen geloot worden.
Wat kost dat allemaal?
Ikea stelt dat hun huizen zo'n 25% goedkoper zijn dan de traditionele woningen. Wat bieden ze daarvoor  aan?
130.000 euro voor een eenkamerappartement
170.000 euro voor een tweekamerappartement
180.000 euro voor een huis met twee slaapkamers (la "Molna");
200.000 euro voor de "Järnbo", een huis met drie slaapkamers
Ikea stelt dat hun houten huizen een kwart goedkoper zijn dan de bakstenen. Het is een mooi en sociaalvoelend initiatief, maar er wordt geen rekening gehouden met de Belgische grondprijzen die de lucht inknallen. 1.000 euro per m² is tegenwoordig standaard.
Ik hoop dat deze zeer uitgebreide uitleg over het geldwezen wat over het mysterie heeft prijsgegeven en anders mag je gerust commentaar leveren. Ik ben tenslotte geen econoom.

Je kunt deze bijdrage ook downloaden en afdrukken op ons forum

Geef je mening op het forum van de Hartenvreter. 

maandag 21 februari 2011

Vluchtmisdrijf

Voor we de materie bespreken eerst wat terminologie om misverstanden te vermijden.

Verkeersongevallen en –slachtoffers.

 Ongeval: een ongeval tussen twee of meer weggebruikers wordt beschouwd als één ongeval.
Aard van het ongeval: de aard van het ongeval heeft betrekking op de eerste aanrijding.
Dode: Elke persoon die overleed ter plaatse of binnen 30 dagen na de datum van het ongeval.
Zwaargewonde of ernstig gewonde: elke persoon die in een verkeersongeval wordt gewond en wiens toestand zodanig is dat een opname voor meer dan 24 uur in een ziekenhuis noodzakelijk is.
Licht gewonde: elke persoon die in een verkeersongeval wordt gewond en op wie de bepaling van dodelijk of zwaargewonde niet van toepassing is.
Weekendongeval: ongevallen die gebeuren tussen vrijdag 22u00 en maandag 5u59.

De feiten

In Drongen, een deelgemeente van Gent, is zaterdagavond een meisje van vijf aangereden door een auto. De bestuurder reed door, maar werd later opgepakt. Het is echter niet duidelijk of het om vluchtmisdrijf gaat. Het ongeluk gebeurde op de Halewijnkouter in Drongen. Een meisje van vijf is er aangereden door een auto. Ze overleefde het ongeluk niet. De bestuurder reed door, maar belde dan naar zijn ex-vrouw. Via haar kon de politie de man identificeren. Hij is ondertussen opgepakt. Uit de eerste vaststellingen blijkt dat de bestuurder niet sneller reed dan de toegelaten snelheid van 70 kilometer per uur, hij had ook niet gedronken. De man verklaarde dat hij gevoeld had hoe hij iets aangereden had, maar dat hij niet wist dat het om een kind ging. Het parket moet nu uitmaken of er sprake is van vluchtmisdrijf of "het niet ter plaatse blijven bij een ongeval". De man is voorlopig vrijgelaten, zijn rijbewijs is wel voor 15 dagen ingetrokken.

Prins Laurent is maandag zijn rijbewijs kwijtgespeeld. De lokale politie Brussel Hoofdstad-Elsene flitste de Fiat Punto Abarth van de prins aan 82 kilometer per uur waar 50 de norm is. Dat melden de Coreliokranten. Prins Laurent werd geflitst ter hoogte van de Vleurgattunnel aan de gelijknamige laan. De wagen werd door een mobiele patrouille tot stilstand gebracht. Nadat de parketmagistraat op de hoogte werd gesteld, moest de prins zijn rijbewijs inleveren. "Geen commentaar", zei de prins in een reactie bij Corelio. Het parket geeft geen commentaar, maar ontkent de feiten niet. Het voorval staat geboekstaafd als proces-verbaal nummer 437.181-2011 van de Brusselse politie. (belga/odbs). Prins Laurent is zijn rijbewijs ‘even’ kwijt.

De politierechter heeft een man uit Berlare veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijke celstraf voor een dodelijk ongeluk met vluchtmisdrijf. In november 2009 reed de man een 18-jarig meisje aan in Torhout. Het meisje stak samen met haar vader en haar vriendin de Rijselstraat in Torhout over, op weg naar een feestje. Ze werd gegrepen door een wagen die met hoge snelheid kwam aangereden en enkele meters meegesleurd. Ze overleed in het ziekenhuis. De bestuurder ging ervandoor en probeerde de schade aan zijn wagen te verdoezelen door opzettelijk tegen een paal te rijden. De garagist waar hij langsging om de schade te laten herstellen, rook onraad en waarschuwde de politie. Zo kon de aanrijder, een 28-jarige man uit Berlare, worden geïdentificeerd en opgepakt. De man is nu door de rechter veroordeeld tot 3 maanden cel met uitstel, 550 euro boete en 6 maanden rijverbod voor het ongeval. Voor het vluchtmisdrijf kreeg hij 250 uren werkstraf, 5.500 euro boete en 5 jaar rijverbod. De man moet bovendien in totaal 32.300 euro aan schadevergoedingen betalen aan de familie van het slachtoffer. De rechter tilde heel zwaar aan het vluchtmisdrijf, maar sprak in zijn vonnis wel over een gedeelde verantwoordelijkheid: zowel de dader als het slachtoffer heeft de situatie verkeerd ingeschat. De aanrijder had meer aandacht moeten hebben voor de weg, maar ook het meisje had niet goed opgelet bij het oversteken.
 Glenn Janssens, de vriend van Ilse De Meulemeester, heeft van de politierechter in Gent een rijverbod van drie maanden en drie weken gekregen. In 2008 knalde Janssens met zijn Bentley met hoge snelheid tegen de gevel van een huis in Zeveneken. Na het ongeval zette Janssens het op een lopen. Op 1 februari 2008 verloor de voormalige zaakvoerder van het signalisatiebedrijf Janssens de controle over het stuur. Hij ramde een betonnen paal, een distributiekast, een hek en de gevel van een huis. Zijn Bentley werd herleid tot schroot, maar van Janssens zelf was na het ongeval geen enkel spoor. Hij nam de benen – velen zeggen dat hij te veel gedronken had – en ging zichzelf een dag later aangeven bij de politie. Na de feiten kwam Janssens echter met het verhaal dat zijn vriendin, Ilse De Meulemeester, achter het stuur had gezeten. Zij beaamde dat verhaal, maar ze vielen later door de mand. Dat hij de benen heeft genomen, vond de politierechter nog erger. Hij veroordeelde Janssens tot een rijverbod van drie maanden en drie weken en een boete van 2.750 euro.

Het 16-jarige meisje dat vrijdagavond op een zebrapad werd aangereden in Hoevenen is overleden. De dader is nog steeds niet gevonden. Dat meldt het parket van Antwerpen.
Vrijdagavond werd Sophie VdH op het kruispunt van de Antwerpsesteenweg met de Plasstraat in Hoevenen aangereden door een wagen. De bestuurder pleegde vluchtmisdrijf. Het slachtoffer werd ter plaatse gereanimeerd en met een zwaar hoofdletsel overgebracht naar het Brasschaatse KLINA-ziekenhuis. Ze verkeerde het hele weekend in kritieke toestand en werd in een kunstmatige coma gehouden. Deze namiddag is ze overleden. Intussen is de zoektocht naar de dader nog steeds aan de gang. De auto zou een donkerkleurige Alfa Romeo zijn. Het parket wil niet verder ingaan op de status van het onderzoek, maar benadrukt dat het alles in het werk stelt om de bestuurder zo snel mogelijk te vinden.


Kelly Mortier (18) uit Torhout heeft de straat onvoorzichtig overgestoken. Daarom is ze mee verantwoordelijk voor het ongeval waarbij zij om het leven is gekomen, oordeelde de Brugse politierechter gisteren. De doodrijder, die dronken was en vluchtmisdrijf had gepleegd, heeft een werkstraf gekregen. De ouders van Kelly zijn verbolgen. Kelly Mortier was die bewuste zaterdagavond in november 2009 op stap met haar vader Frank Mortier en een goede vriendin. Omstreeks halftwaalf arriveerde het gezelschap aan café Breskens in de Rijselstraat in Torhout. Op het moment dat de drie de weg wilden oversteken, werden ze verrast door een aanstormende BMW. Kelly kon niet meer wegspringen en werd tientallen meters meegesleurd. Uiteindelijk kwam ze onder een geparkeerd voertuig terecht. Haar aanrijder, Bjorn V.D.B. uit Berlare, stopte niet en scheurde onmiddellijk weg. Het meisje overleed even later in het ziekenhuis. Na een anonieme tip werd de trucker opgepakt. Hij bekende dat hij dronken was op het moment van de feiten. Onderzoek wees ook uit dat hij veel te snel had gereden en nauwelijks had geremd. Ondanks de zware feiten ging de Brugse politierechter Rudi Sierens toch in op de vraag van de beklaagde en de ouders van Kelly om de trucker te straffen met een werkstraf en hem niet naar de gevangenis te sturen. De politierechter legde Bjorn V.D.B. een celstraf van drie maanden met uitstel op, een werkstraf van 250 uur, een boete van 6.050 euro en een rijverbod van 5,5 jaar. Opvallend: de rechter oordeelde dat Kelly voor de helft aansprakelijk was voor het dodelijke ongeval. 'Zij stak de straat onvoorzichtig over', zei hij.

De 23-jarige jongeman die een jaar geleden in Oosterzele 3 fietsende medische studentes geneeskunde doodreed heeft in beroep een zwaardere straf gekregen. Hij krijgt 3 maand effectieve celstraf en 3 jaar effectief rijverbod. De ouders van de meisjes hadden een strengere straf gewild. De jongeman reed te snel en had bijna 1,5 promille alcohol in zijn bloed. De politierechter had hem vrijgelaten met de vermaning dat hij in het vervolg wat voorzichtiger moest zijn. Zijn rijbewijs werd tijdelijk ingetrokken. Het Gentse parket ging in beroep tegen de uitspraak van de Gentse politierechtbank.

Wat leren we hieruit?

Dat behoudens enige uitzonderingen, de politierechters bijzonder mild zijn tegenover verkeersovertredingen, zelfs als het om dodelijke afloop met vluchtmisdrijf gaat. Wie drie mensen met de blote hand vermoordt krijgt levenslang; Wie zijn auto daarvoor gebruikt komt ervan af met een vermaning of intrekking van het rijbewijs.

Wie zijn die rechters met hun geringe morele besef?

Wij noemen ze politierechters. Het moet kennelijk een leuke baan zijn, want er komt niet veel poespas bij kijken en het brengt goed op, zo’n 5.600 euro per maand. De functie staat op hetzelfde niveau als van vredesrechter, en jeugdrechter. Ze hoeven zelf niet te beslissen of een verkeersovertreding moet vervolgd worden; dat doet de procureur des konings in hun plaats.
De meeste overtredingen worden snel afgehandeld, we kunnen praten over snelrecht met onmiddellijke ingang. Wie niet akkoord gaat met het vonnis kanhoger beroep aantekenen. Maar enkel als de boete hoger is dan 1.240 euro. En daar wringt het schoentje. Geen enkele rechter houdt ervan dat zijn vonnis betwist wordt. Hoger beroep betekent dat het dossier heropend wordt en dat dus ook zijn persoon in het schijnlicht staat. De rechters van eerste aanleg zijn niet zo happig om verkeersdossiers onder handen te nemen. De berg van verbalisanten groeit met de dag. De politie en onderzoeksrechters zitten met de handen vol dossiers. Trouwens, pechvogels die andere pechvogels omverrijden en in paniek wegvluchten, wat moet je daarmee? Het is geen moord, het is  geen doodslag, hoogstens kun je aanvoeren dat je hulp aan het slachtoffer hebt geweigerd.

 De politierechter weet dat ook en dus zorgt hij ervoor dat de boete onder de 1.240 euro blijft en beperkt hij zich tot de acceptatie van het intrekken van het rij bewijs door het parket bij zware gevallen. Tegelijk worden de overtreders zo snel mogelijk terug loslaten op de samenleving, want inhechtenisneming kost geld, en de politierechter kon weleens opmerkingen over misbruik van belastinggeld krijgen.

Er moet heel wat gebeuren voor er 1.240 euro aan boeten geïnd kan worden. We zetten ze even op een rijtje.

Overtreding Tarief Graad 1
Gordel niet dragen
Richtingaanwijzers niet gebruiken wanneer verplicht
's Nachts zonder verlichting fietsen
Onrechtmatig op busstrook rijden
Onrechtmatig op pechstrook rijden
50€

Graad 2: onrechtstreeks gevaar
Oranje verkeerslicht negeren
Als bestuurder bellen met gsm in de hand
Rechts inhalen waar dit verboden is
Veiligheidsafstand vrachtwagens niet naleven
Achtermistlichten niet aanzetten wanneer verplicht
Gevaarlijk en/of hinderlijk parkeren (bepaalde gevallen)
Onrechtmatig parkeren op plaatsen voorbehouden voor personen met handicap
100€

Pikant detail:
36.093 bestuurders kregen in 2009 een boete omdat ze op een parkeerplaats gingen staan die is voorbehouden voor personen met een handicap zonder dat ze beschikten over de kaart die hen hier toelating voor gaf. Volgens de Vereniging voor Personen met een Handicap worden de kaarten steeds meer nagemaakt.

Graad 3: rechtstreeks gevaar
Rood verkeerslicht negeren
Inhaalverbod niet naleven
Dubbel inhalen waar dit verboden is
Inhalen nabij oversteekplaats
Voetgangers of fietsers in gevaar brengen
Regels betreffende kruisen niet naleven
150€

Graad 4: onvermijdelijk gevaar
Links inhalen op helling of in bocht
Aansporen tot overdreven snel rijden Naar
Verkeerstekens op een overweg negeren
Rechtsomkeer maken op autosnelweg
Straatraces
Naar rechtbank (beslissing te nemen door de Procureur des Konings)

Snelheidsovertredingen binnen bebouwde kom, schoolomgevingen, zone 30, woonerven, erven
Eerste 10 km/u te snel
50€
11 tot 30 km/u te snel
Meer dan 30 km/u te snel
50€+10€ per km/u te snel = rechtbank

Pikant detail:
Opmerkelijk besluit van het parket van Brussel: snelheidsovertredingen in een zone dertig worden niet meer vervolgd door de politierechtbank. Volgens La Dernière Heure is die beslissing het gevolg van de grote gerechtelijke achterstand. "We doen op dit moment zo'n 50.000 zittingen per jaar. Dat is niet meer te doen. We moesten kiezen", zegt substituut Eric Dehon. De nieuwe regel is van kracht in alle 19 gemeenten van het Brussels gewest. De overtredingen in zones waar er wel specifieke aanpassingen zijn om het verkeer af te remmen, zouden wel nog een staartje krijgen.

Nog pikanter detail:
Voor de schoolpoort van het Sint-Claracollege in Arendonk geldt sinds afgelopen zomer een 'variabele zone 30', maar in werkelijkheid kun je er gerust dubbel zo hard rijden. Omdat één bord defect is, schrijft de politie er geen boetes uit. De Kloosterbaan in Arendonk, waar de grootste school van het dorp gevestigd is, werd dit jaar helemaal heraangelegd. Alles ziet er netjes en veilig uit. Speciaal voor de veiligheid van de leerlingen werd op 1 september ook een variabele zone 30 ingevoerd. Dat betekent dat je in de buurt niet sneller dan 30 kilometer per uur mag rijden tijdens de schoolspitsuren. De snelheidslimiet wordt aangegeven met dynamische verkeersborden die alleen 's morgens, 's middags en 's avonds oplichten, wanneer de schoolkinderen aankomen of vertrekken. Het probleem is evenwel dat alleen de signalisatie in de richting van Arendonk werkt. Het bord in de richting van Ravels is al meer dan twee maanden defect. Strikt genomen zou je dus in de ene richting maar 30 kilometer per uur mogen rijden terwijl je in de andere richting bijna dubbel zo hard, of 50 kilometer per uur, kan vlammen. 'In de praktijk zal niemand beboet worden', bevestigt Sam Van Nieuwenhuyse van de afdeling Wegen en Verkeer van het Vlaamse Gewest, die de gewestweg Arendonk-Ravels beheert. 'Waarom niet? Omdat overtreders zouden kunnen aanhalen dat ze van de andere kant kwamen en halfweg de straat rechtsomkeer maakten, waardoor ze de snelheidsbeperking niet gezien zouden hebben.

Het gedrag van Belgische bestuurders is sinds 2003 niet verbeterd. Dat blijkt uit een studie van het Belgisch instituut voor verkeersveiligheid, waarvan de resultaten donderdag in de kranten van Sud Presse staan. In de zone 30 is zelfs 96 procent van de bestuurders in overtreding.

Snelheidsovertredingen op andere wegen
Eerste 10 km/u te snel
50€
11 tot 40 km/u te snel
50€+5€ per km/u te snel.
Meer dan 40 km/u te snel = Naar rechtbank

Rijden onder invloed
Van 0,5 tot 0,8 promille BAC (0,22 tot 0,35 mg/l UAL) 137,5€
Van 0,8 tot 1,2 promille BAC (0,35 tot 0,50 mg/l UAL) 400€
Van 1,2 tot 1,5 promille BAC (0,50 tot 0,65 mg/l UAL) 550€
Voor alle andere feiten:
1,5 promille BAC (0,65 mg/l UAL) of meer
Weigering ademtest of bloedproef zonder geldige reden
Staat van dronkenschap (of soortgelijke toestand door gebruik van drugs of geneesmiddelen)
Rijden onder invloed van drugs (positieve bloedproef)
naar de rechtbank ( Beslissing te nemen door de Procureur des Konings)
NB = BAC: alcoholconcentratie in het bloed - UAL: alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht

Het puntensysteem: een dode letter. 

'Ik ben van plan om samen met enkele geestesgenoten op 18 juli een verjaardagstaart te kopen. Die dag vieren we het twintigjarig bestaan van het rijbewijs met punten in ons land. Voor alle duidelijkheid: ik bedoel dat cynisch, want door het ontbreken van de hardleerse chauffeurs effectief uit het verkeer halen. Akkoord, iedereen begaat al eens een fout. Daarom moet het een puntensysteem van geven en nemen zijn: wie een eenmalige overtreding maakt en zich daarna voorbeeldig gedraagt, moet ook punten uitvoeringsbesluiten blijft dat rijbewijs nog altijd dode letter.'

Met het puntensysteem krijg je een permanente controle op het rijgedrag en kan je kunnen terugwinnen. 


'Als iemand in twee jaar tijd veertig banale verkeersovertredingen begaat, dan mag je toch wel eens nagaan in hoeverre zo'n bestuurder zich wenst te gedragen naar de wegcode? En als blijkt dat die wil er pertinent niet is, waarom zou je hem dan nog toelaten in het verkeer?'

De superboetes.
 
Sinds de invoering van de superboetes op 1 maart, kan de rechter hardleerse overtreders een verplichte bijdrage opleggen aan het fonds voor slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Iedereen die crimineel of correctioneel wordt bestraft met een boete van 143 euro moet zo'n bijdrage betalen. Dat bijkomend bedrag (voordien 55 euro) wordt verhoogd met 82,5 euro tot 137,5 euro. Dat het fonds niets te maken heeft met het verkeer, wordt door justitieminister Laurette Onkelinx weggewuifd. ,,Het slachtofferfonds werkt volgens het solidariteitsprincipe, net zoals de ziekteverzekering.''
Het blijven belachelijke sommen voor wat ze vertegenwoordigen. Superboetes is een hoogdravend eufemisme dat het onvermogen van de overheid moet maskeren. Eer je aan het plafond zit moet je al behoorlijk diep in het glas gekeken hebben, enkele mensen overhoop gereden hebben en met de verkeerspolitie gevochten hebben.

Pikant detail:
De verzekeringsmaatschappijen hebben liever dat je een mens overrijdt dan blikschade veroorzaakt, want voor dode mensen moeten ze niet tussenkomen. 

Uitgenodigd worden op de politierechtbank is bovendien niet iets om er wakker van te liggen. Wie een zitting bijwoont, kan alleen maar vaststellen dat de schrik onterecht is. ,,De meeste straffen zijn zelfs milder geworden'', zegt Peter D'Hondt, die bekend staat als 's lands strengste politierechter. ,,Ik ben dat gezeur over de nieuwe verkeerswet moe'', zegt hij nog verder. ,,Het is niet op ons niveau dat de straffen verzwaard zijn, maar wel bij de directe inningen en bij de minnelijke schikkingen. De meeste straffen voor de politierechtbank zijn zelfs milder geworden, want de gevangenisstraf is afgeschaft en er zijn slechts enkele boetes verzwaard.''

Waarom is dat zo?

De auto is goed voor 10 % van de belastingsopbrengsten, gaande van de BTW en verkeersbelasting tot accijnzen op de brandstof. Dan praten we nog niet over de indirecte opbrengsten, BTW en taksen op rijlessen, autoverzekering, onderhoud en herstellingen, technische keuring, verkoop van allerlei en de verkeersboeten. We praten hier over miljarden euro’s. De auto is een melkkoe voor de staat en dat moet zo gehouden worden.

De automobilist is te belangrijk voor de economie. Zonder de auto’s klapt deze in elkaar en wordt de samenleving ontregeld. Enkele verkeersdoden mogen de heilige koe niet hinderen.

De automobilist zelf blijft bijzonder verdraagzaam als het om de ongemakken van het autorijden gaat. Als de benzine 1 euro per liter zou bereiken, vertelden automobilisten plechtig dat ze hun auto zouden op stal zetten. Intussen zitten we gemiddeld aan 1,50 euro en komen er elk jaar een half miljoen nieuwe automobilisten bij. De auto is de heilige koe van onze samenleving.
 

De meeste verkeersovertredingen zijn de snelheidsovertredingen. Er waren er in 2010 ruim 2,7 miljoen wat een stijging van 10% t.o.v. het vorige jaar betekent. En ze blijven alsmaar stijgen. Stel dat de boeten verzwaard werden, de gevangenisstraffen terug ingevoerd en alle zaken voor de rechter moesten verschijnen, dan kun je je voorstellen dat het hele systeem in elkaar klapt, dat de samenleving een grote chaos wordt. Snelheidsovertredingen worden dan ook mild behandeld en zoveel mogelijk via onmiddellijke inning afgehandeld, dus zonder tussenkomst van de politierechter.

Met zijn allen vertegenwoordigen de verkeersboetes een indrukwekkende som. In 2006 werd er voor 312 miljoen euro boeten uitgeschreven, de helft daarvan via onmiddellijke inning. Een fijne aanvulling voor de schatkist zonder dat daar iets tegenover staat. De files blijven aangroeien, de binnenstad blijft verstopt, de autowegen zijn slecht onderhouden en het openbaar vervoer doet geen moeite om zijn populariteit te vergroten.

Onmiddellijke inning

De onmiddellijke inning ontlast de magistratuur van rechterlijke overlast. Het is een efficiënte manier om straffen op te leggen. De straf kan opgelegd worden onmiddellijk nadat de overtreding werd begaan, op voorwaarde dat de overtreder werd onderschept. In dit geval ontvangt de overtreder een formulier met de elementen om de betaling uit te voeren. Als de overtreder niet onderschept kon worden (bijvoorbeeld omdat de overtreding vastgesteld werd door middel van een onbemande camera), dan zal hij binnen de 14 dagen na de vaststelling van de overtreding een document toegezonden krijgen bij hem thuis.
De onmiddellijke inning biedt verschillende voordelen. Ze kost de overtreder minder dan een minnelijke schikking of een door de politierechtbank opgelegde boete. Voor de politie en justitie betekent dit dat de gerechtsmolen niet moet ingeschakeld worden (dagvaarding, hoorzitting, uitvoeringsmaatregelen). Bovendien kan de zaak hierdoor snel afgehandeld worden. (In theorie heeft de Procureur des Konings nog een maand om een persoon die al een onmiddellijke inning heeft betaald te dagvaarden voor de politierechtbank. Dit gebeurt echter zelden.)

Wat het vluchtmisdrijf betreft ligt de zaak nog gunstiger (voor de dader). 

Je zult bij de bespreking van de boeten al gemerkt hebben dat vluchtmisdrijf er niet bij zit. Er plegen jaarlijks zo’n 600 chauffeurs vluchtmisdrijf. 'Omdat we steeds egoïstischer worden', zegt politierechter D’Hondt. 'De jongste jaren heeft vluchtmisdrijf steeds vaker te maken met drugs. Rijden onder invloed van drugs wordt een gigantisch probleem. Maar de overheid is blijkbaar meer geïnteresseerd in de kwaliteit van de drugs die bij ons in omloop zijn dan in de maatschappelijke gevolgen.'


'Dat er chauffeurs rondrijden van wie het rijbewijs al vier of vijf keer ingetrokken is, heeft te maken met de verschillende benadering door de rechters. Idem voor de onderzoeksrechters die de chauffeurs na een vluchtmisdrijf met gewonden meteen naar huis laten gaan.'

Maar er is meer. Vluchtmisdrijf vraagt heel wat administratieve rompslomp en ook de autoverzekeringen zijn er niet happig om als iemand zich vrijwillig aangeeft. Als de tegenpartij kan bewijzen dat de schuld bij de overtreder ligt, moeten zij tenslotte afdokken. Ook kan het zijn dat de lokale overheid niet vrij uit gaat. Een auto die slipt op een slecht wegdek en daarbij een fietser aanrijdt, kan zich baseren op nalatigheid van het gemeentebestuur of de provinciale overheid.

Uitstappen na een ongeval, de schade inspecteren, tot de andere bestuurder spreken, maar vertrekken zonder zijn identiteit kenbaar te maken, wordt evenzeer beschouwd als vluchtmisdrijf. Dus zal de overtreder in de meeste gevallen er snel vandoor gaan en doen alsof zijn neus bloedt.

De straffen volgens het boek

Onverminderd verzachtende omstandigheden en de mogelijkheden op voorwaardelijke straffen en de alternatieven betreffende vrijheidsstraffen voorziet de wet volgende straffen:

( De hierna vermelde bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 5,5 opdeciemen! Voorbeeld: 50 euro = 50 x 5,5 = 275 euro )

Artikel 33

§ 1. Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van 200 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft: ··1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, ··2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest,

...de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.

§ 2. Heeft het ongeval voor een ander slagen, verwondingen of de dood tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5 000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaren of voorgoed.
 
Dat oogt fraai op papier, maar hoe ziet de werkelijkheid eruit?

(gevallen vanuit de advocatenpraktijk)

Men kan slechts vluchtmisdrijf plegen wanneer men weet een ongeval veroorzaakt te hebben. Het is best mogelijk dat een bestuurder bij het uitvoeren van een manoeuvre iets weet e of iemand heel licht geraakt heeft en het niet voelde. Indien de verdachte van het misdrijf vluchtmisdrijf voor de rechtbank aantoont dat hij niet geweten heeft een ongeval veroorzaakt te hebben en daarom verder reed, dient de rechtbank voor het vluchtmisdrijf vrij te spreken. Uiteraard zal een advocaat dit slechts kunnen pleiten bij zeer minieme schade. De Politierechter zal aan de hand van concrete gegevens oordelen of U de schok zou moeten gevoeld of gehoord hebben.

Evenzeer zou een advocaat op grond van cassatierechtspraak de vrijspraak kunnen bekomen wanneer de beklaagde weliswaar de plaats van het ongeval heeft verlaten, maar zulks omdat hij van oordeel was dat het raadzaam was niet verwikkeld te geraken in een vechtpartij waar hij misschien zelfs betreurenswaardige gewelddaden zou hebben gepleegd. Ook redenen van medische aard kunnen wettige motieven uitmaken om de plaats van het ongeval te verlaten.

Er is geen vluchtmisdrijf wanneer blijkt dat men ten onrechte aan de verbalisanten verklaard heeft niet betrokken te zijn in een ongeval voor zover men zich niet van de plaats van het ongeval heeft verwijderd en zich aan de vaststellingen ontrokken heeft.

De bestuurder die in hoge graad van bewustzijnsvermindering naar huis rijdt na een ongeval, pleegt geen vluchtmisdrijf. Het bijzonder opzet om zich te onttrekken aan de dienstige vaststellingen is alsdan niet aanwezig. Een ongeval brengt een emotionele schok en in heel wat gevallen bewustzijnsveranderingen met zich mede. Een goed onderbouwd pleidooi voor een persoon die na totale ontreddering de plaats van het misdrijf verlaat om zich kort hierna beschikbaar te stellen voor de nodige vaststellingen zal in heel wat gevallen uitweg kunnen bieden. Aan de hand van de bijzondere omstandigheden zal een advocaat aldus strafvermindering of zelfs vrijspraak voor het misdrijf kunnen bekomen.

De in een aanrijding betrokken bestuurder die, zelfs zonder de plaats van het ongeval te verlaten, in een op de plaats van het ongeval gelegen herberg bier gaat drinken vooraleer de verbalisanten ter plaatse komen, begaat een vluchtmisdrijf vermits hij de vaststellingen betreffende zijn persoon op het moment van het ongeval onmogelijk maakt.

De strafvordering die het gevolg is van een vluchtmisdrijf, verjaart na verloop van drie jaren, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf is begaan.

Het feit dat een bestuurder vluchtmisdrijf pleegt en dienaangaande veroordeeld werd, brengt geen vermoeden van aansprakelijkheid met zich mee. 

Een vluchtmisdrijf impliceert een ongeval. Voor zover er geen ongeval is, kan er ook geen vluchtmisdrijf plaatsvinden. Een ongeval is een plotse abnormale gebeurtenis met schadelijke gevolgen. Een langdurige schadeverwekkende omstandigheid is geen ongeval. 

Een passagier kan nooit een vluchtmisdrijf plegen aangezien artikel 33 van de verkeerswet enkel van toepassing is op de bestuurder van een voertuig en voor diegenen die oorzaak dan wel aanleiding van het ongeval geweest is. Maar een passagier kan wel vervolgd worden voor het niet ter plaatse blijven na een ongeval op basis van artikel 52 van de wegcode. Net zoals de bestuurder van een voertuig, is de passagier die zich in het voertuig bevindt dat een verkeersongeval veroorzaakt gehouden om ter plaatse te blijven in toepassing van artikel 52 van de wegcode. Deze bepaling beoogt alle betrokkenen in een ongeval een handelswijze op te leggen die de belangen van de slachtoffers vrijwaart.

Elk jaar worden 600 chauffeurs die een ongeval met gewonden veroorzaken en vluchtmisdrijf plegen, niet gevonden en dus ook niet bestraft. Wie zal uw schade vergoeden als u het slachtoffer bent van een vluchtmisdrijf?

Het verval van het recht tot sturen

Het verval van het recht tot sturen mag niet worden verward met de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs of het tijdelijk rijverbod. Het verval van het recht tot sturen wordt immers uitgesproken door de rechter, nadat hij de zaak heeft bestudeerd.

Voor sommige overtredingen geldt een verplicht verval van het recht tot sturen. Dit wil zeggen dat de rechter verplicht is om een verval van het recht tot sturen uit te spreken, behalve als hij vindt dat er genoeg elementen zijn die voor het tegendeel pleiten. Maar in dit geval moet hij zijn beslissing uitdrukkelijk motiveren.

De duur van de vervallenverklaring kan variëren van 8 dagen tot verschillende maanden, of kan zelfs levenslang zijn.

Het verval kan uitgesproken worden bovenop een boete. In sommige gevallen moet de overtreder theoretische, praktische, medische en psychologische tests afleggen om zijn rijbewijs terug te krijgen. Omdat aan deze tests een kostprijs verbonden is, kan de rechter het boetebedrag in verhouding verminderen.

De rechter kan het verval van het recht tot sturen ook beperken van vrijdagavond 20.00 uur tot zondagavond 20.00 uur (of tijdens feestdagen). Zo wordt de overtreder niet te zwaar bestraft, en kan hij zijn voertuig nog steeds gebruiken om zich naar het werk te begeven  (het zogenaamde “weekendverval”).

In 2008 gebeurden er 48.827 weekendverkeersongevallen met doden (775) en gewonden. 

Onnodig nog erbij te vermelden dat tijdelijke intrekking van het rijbewijs de voorkeur bij de magistratuur geniet; daar is geen rompslomp mee gemoeid. En ingeval van Prins Laurent, die niet aan zijn proefstuk is wat snelheidsovertredingen betreft, riskeer je aldus ook geen diplomatieke verwikkelingen met het Paleis.

Al bij al kun je dus rustig verder Vettel blijven personifiëren. 

Je kunt deze bijdrage ook downloaden en afdrukken op ons forum

Geef je mening op het forum van de Hartenvreter.